Kindermonument op Beukenhof
Zaterdag 27 mei is op Crematorium en Begraafplaats Beukenhof in Schiedam het Kindermonument onthuld. Het monument is opgericht ter herdenking van begraven of gecremeerde prematuur geboren, doodgeboren of zeer jong gestorven kinderen. Met het Kindermonument heeft de Beukenhof nu een plaats waarbij iedereen op zijn of haar manier het verlies van zijn of haar kindje kan herdenken. Beukenhof wordt de eerste begraafplaats in Nederland die voor asverstrooiing een speciale herdenkingsomgeving creëert.
Schelp
De schelp van kunstenaars Kaptein en Roodnat komt volledig tegemoet aan de wens om bij het strooiveld op Beukenhof een plek te hebben waar bezoekers tot rust kunnen komen. Wat de kunstenaars vooral voor ogen stond, was een rustplek en een monumentaal element in de omgeving dat door zijn vorm en materiaalkeuze direct moest aansluiten bij de omringende natuur. Groen, wit en blauwtinten overheersen zoals altijd in een omgeving met struiken en bomen.
Eigenlijk is het monument een grote schelp, een vorm die doet denken aan een slakkenhuis. En net zoals de natuur haar groei vastlegt in merktekens zoals groeistrepen op schelpen, jaarringen in het hout van de boom, lagen in gesteente en knoppen en ogen in de struik, is het kindermonument in lagen uitgevoerd.
Transparant
De kleuren zijn koraalachtig en gedeeltelijk iets transparant wat aan het geheel een zachte, meer organische uitstraling moet geven. Het monument omarmt daardoor als het ware de bezoekers en biedt zelfs een zitplaats in het binnenste. Afgekeerd op dat moment van de begraafplaats en één met het strooiveld en de struiken daarachter.
Een ander element is dat de schelp verwijst naar het leven dat verder gaat. Zoals in de tekeningen op schelpen en in jaarringen van bomen te zien is, laat elke gebeurtenis zijn sporen na. Kaptein / Roodnat heeft ernaar gestreefd dat het Kindermonument geen gedenkteken moet zijn in de meer gebruikelijke zin van het woord maar een plek moet vormen om tot rust te komen en lief te hebben, zoals ook verwoord is in de dichtregel van Leo Vroman die in het monument als tekst wordt opgenomen: O, als ik troosten kon, dan zou ik wenen.