Ter beschikking van de wetenschap
|
Naast cremeren en begraven is er nog een bestemming van het stoffelijk overschot mogelijk: de ter beschikkingstelling van de wetenschap. Wie hiervoor kiest, schenkt zijn of haar lichaam na overlijden aan het anatomisch instituut van een universiteit. De universiteit gebruikt het stoffelijk overschot voor anatomisch onderwijs aan studenten en specialistisch anatomisch onderzoek.
Geen uitvaart Nabestaanden kunnen wel een afscheidsplechtigheid organiseren, maar er is geen uitvaart. Na het overlijden neemt de universiteit de zorg voor het stoffelijk overschot over. Dat gebeurt snel: binnen 48 uur na overlijden moet het stoffelijk overschot worden geconserveerd. Het lichaam wordt - soms jaren later - door de universiteit anoniem begraven of verbrand.
Handgeschreven verklaring De anatomische instituten van de verschillende universiteiten hebben formulieren voor de terbeschikkingstelling van de wetenschap. De schenker moet een handgeschreven verklaring opstellen, die wordt bewaard op het anatomisch instituut. Schenker en diens huisarts krijgen beiden een kopie van deze verklaring. Ook is er soms een verklaring van een familielid of nabestaande nodig, dat men op de hoogte is van het voornemen van donatie van het stoffelijk overschot.
Wanneer niet? Het is niet altijd mogelijk het lichaam aan de wetenschap te schenken. Soms zijn er al simpelweg genoeg. Jaarlijks zijn er zo'n 500 stoffelijke overschotten nodig en het aanbod is meestal ruim voldoende. Ook als de overledene te oud is, als er obductie is gepleegd of als de overledene om uiteenlopende redenen niet 'in goede staat' is (bijvoorbeeld na een ongeluk met ernstige verwondingen) kan een universiteit een lichaam weigeren. |
| <<Vorige pagina |