Thuis sterven: ‘Niet alleen ellende, je ziet ook mooie dingen’
Donderdag, 26 oktober 2006 - GROESBEEK - Ze bieden een schouder om tegenaan te leunen aan mensen die thuis willen sterven. Dat doen ze al twaalfenhalf jaar. Bij dit jubileum wordt stil gestaan met een mini - symposium op 3 november in De Mallemolen. "Het is niet alleen ellende wat je tegen komt. Je ziet ook hele mooie dingen.“ Zuster Truus van Grevenbroek (van de Zusters onder de Bogen van Dekkerswald) is een van de vijftien vrijwilligers van de Groesbeekse Werkgroep Palliatieve Terminale Zorg.
De werkgroep begeleidt zo’n vijftien keer per jaar zieken die thuis willen sterven. Dat doen ze in de gemeenten Groesbeek, Ubbergen en Millingen. En soms in Heumen en Nijmegen, want met de werkgroepen in deze gemeenten werken ze samen. "Wij ‘lenen’ bij hun mensen als we veel hulpvragen hebben en omgekeerd“, zegt Wil Giesbers, de voorzitter van de werkgroep.
Doel van de werkgroep is om mensen die weinig familie (mantelzorgers) hebben, te begeleiden als die thuis willen sterven. Giesbers: "Maar ook mensen die wel een grote familie hebben kunnen een beroep op ons doen.“
Zo maakte een van de vrijwilligers mee dat er op een gegeven moment dertig familieleden rond het ziekbed stonden. Ze voelde zich overbodig. Ten onrechte. "Gij kun dâ. We sien zo blij dâ je gekommen siet“, kreeg ze te horen. "Soms zijn mensen bang van de naderende dood“, zegt Truus. "Die lopen weg. Anderen kruipen op dat moment bij moeder in bed. Wat moet je doen op zo’n moment? Gewoon wat in je vermogen ligt. Mensen denken dat er boekjes voor zijn. Dat is niet zo.“
De vrijwilligers van de werkgroep lossen elkaar bij het waken af, in overleg met de Thuiszorg. Zuster Truus werkt alleen nog overdag. "Ik ben al 74“, zegt ze. Anderen waken ook ’s avonds en ’s nachts. "We geven de familie de kans even weg te kunnen.“
Recent had ze nog een kort moment contact met een stervende die al half in coma verkeerde. "Ik vroeg: ‘Zullen we samen wat bidden en begon met het Onze Vader’. Ik zag dat ze de tekst met de lippen meeprevelde. Dat was een bijzonder moment.“
[Bron: De Gelderlander]